De prostitutie is het oudste beroep ter wereld, maar het stigma er omheen is in de afgelopen pak-em-beet 10.000 jaar niet heel erg verbeterd. Sekswerkers hebben nog steeds te maken met discriminatie en onveiligheid, veel meer dan andere beroepen. Maar sekswerk is gewoon werk en zou daarom ook dezelfde bescherming en hetzelfde respect moeten krijgen. Daar staan we op 2 juni bij stil. Het is dan de Internationale Dag van de Sekswerker.
De Dag van de Sekswerker is in de eerste plaats bedoeld om aandacht te vragen voor de werkomstandigheden van prostituees. Dat kan hun veiligheid zijn (sekswerkers krijgen vaak te maken met geweld of uitbuiting maar kunnen minder snel terecht bij de politie of hulpinstanties), maar in Nederland is er bijvoorbeeld ook veel aandacht voor hun privacy (inschrijven bij de Kamer van Koophandel kan bijvoorbeeld niet anoniem) of voorzieningen (sekswerkers kunnen vrijwel geen bankrekeningen openen). Een bijkomstigheid is dat het sociale stigma rondom sekswerk verdwijnt.
De Dag heeft een activistische achtergrond waar de datum van 2 juni naar is gekozen. Op die dag in 1975 bezetten meer dan honderd sekswerkers de Église Saint-Nizier in Lyon om te protesteren tegen de onderdrukking door de politie en hun slechte werkomstandigheden.
Vroeger leek dit nog een welhaast communistisch taboe waar zelfs de meest linkse politieke partij zijn vingers niet aan durfde te branden, maar anno 2020 gaan er steeds meer serieuze stemmen om te experimenteren met een universeel basisinkomen.
De Nationale Secretaressedag is onverminderd één van de meest populaire Dagen van het jaar. Met veel media-aandacht heeft dit evenement een groot gevolg gekregen.
Grote multinationals mogen dan wel constant in de belangstelling staan, maar de échte motor van de economie zijn kleine en middelgrote bedrijven. Samen vormen die wereldwijd 90% van het bedrijfsleven, en gemiddeld zijn ze goed voor zo'n 60 tot 70% van de werkgelegenheid en meer dan de helft van het BNP.